Goldman Goes Global

30-07-2019

John Vrooman, Professor Economie aan Vanderbilt University, Nashville (VS)
interview met Algemeen Dagblad, gepubliceerd op 7 maart 2018 in UEFA Football.
Vertaling van ‘Goldman Goes Global’ door John Vrooman

Hieronder vergelijk ik het plan voor een nieuw Feyenoord-stadion met de meest recente NFL-stadiondeal voor de Oakland Raiders. Ook daarin was Goldman Sachs aanvankelijk de leidende bank. Goldman Sachs trok zich terug, vermoedelijk vanwege interne NFL-politiek en externe republikeinse politiek (ook casino-mogul Sheldon Adelson trok zich terug). Mogelijk wilden zij het risico vermijden dat zij ontdekten in de deal. Bank of America nam de lening onmiddellijk over, waarschijnlijk om precies de tegenovergestelde redenen.

Belangrijk verschil tussen de Raiders-deals is de veel grotere rol van en risico dat is verplaatst naar de publieke sector. De $750 miljoen (€600 miljoen) die de staat Nevada inbrengt, is het grootste belang dat de publieke sector ooit heeft genomen in een stadiondeal. Procentueel is het een voor Amerikaanse begrippen bescheiden 40 procent van de totale kosten van €1,5 miljard. Het stadion van de Raiders kost ongeveer drie keer zoveel als het nieuwe Feyenoord-stadion.

Het probleem in deze deal is dat de opbrengsten voor de Bank of America en de Raiders relatief zeker zijn, terwijl de meeste risico’s, zo niet alle, liggen bij de Las Vegas Stadium Authority. Verder valt het bescheiden aandeel op dat door de rest van de NFL wordt genomen in de vorm van een G-4 lening. In feite is dit een subsidie. De Raiders kunnen hun aandeel gemakkelijk betalen met persoonlijke stoellicenties (= het recht om een seizoenkaart te kopen) die door seizoenkaarthouders vooraf worden betaald. Zie ook http://lasvegasstadium.raiders.com/

Voor Amerikaanse begrippen is het aandeel van gemeente Rotterdam in de Feyenoord City deal relatief klein: 9 procent van het €422 miljoen kostend stadion. Dit komt dicht in de buurt van het bedrag dat is gereserveerd voor bijdragen aan de infrastructuur van het totale €1,4 miljard kostende Feyenoord City project. Het grootste deel van het stadionrisico lijkt zich te concentreren bij de club Feyenoord en ik vermoed dat Goldman Sachs een gezond rendement op de investering krijgt met een hoge marge dat bijna volledig gegarandeerd keiharde cash is.

Omdat het grootste deel van de kosten en het risico wordt gedragen door de openbare stadionautoriteit en omdat de cashflow van de luxe locatie vrijwel zeker is, stijgt de waarde van een NFL-team met gemiddeld 25 tot 30 procent, enkel door te verhuizen naar een nieuw ‘cash cow’ stadion. Nadat de afpersingsdeal voor de Raiders (die ook met Oakland onderhandelden), was afgesneden, steeg de waarde van de Raiders franchise (club) met bijna 50 procent van € 1,14 miljard naar nu €1,9 miljard en zij zullen het nieuwe stadion pas in 2020 betrekken. Dit is prima facie bewijs van de monopolistische macht van Amerikaanse sportcompetities en de last wordt constant verlegd naar de belastingbetaler terwijl de clubs en de banken profiteren.

Vraag: Een van de grote vragen in Rotterdam is hoe winstgevend een nieuw stadion op de lange termijn voor Feyenoord zal zijn. Het stadionplan gaat uit van zeer optimistische schattingen van bezoekers op wedstrijddagen (+50 procent), cateringinkomsten (+400 procent) en museumbezoeken (+300 procent). Critici vrezen dat een stadion met 63.000 zitplaatsen te groot zal zijn voor een stad met maar 600.000 inwoners (en enkele concurrerende clubs in de regio). Mijn vraag: kijkt Goldman Sachs kritisch naar deze schattingen? Is een winstgevende exploitatie op lange termijn in hun belang of zijn zij vooral gericht op de korte termijn?

John: “Er zijn ten minste twee scenario’s met schattingen van de economische impact: ‘best case’ en ‘worse case’. De ‘best case’ scenario’s worden gedeeld met het publiek in de vorm van optimistische zelfpromotie, gemaakt om de betrokkenheid van de publieke sector te rechtvaardigen. Het klassieke argument is dat sportstadions een grote economische impact hebben die verdergaat dan het stadion en het vermogen van de club die winst te maken. In deze gevallen moet de lokale overheid sociale kosten en sociaal voordeel gelijk kunnen stellen met een subsidie uit gemeenschapsgeld die gelijk is aan de externe opbrengsten van het stadion.

Het grote probleem met dit externaliteitsargument is, dat de nieuwste luxe sportlocaties zijn ontworpen om alle economische voordelen hermetisch binnen de locatie, of in elk geval in Feyenoord City, te houden. Wat resteert voor gemeente Rotterdam, zijn verkeersproblemen en de rekening. In de VS is de belangrijkste vuistregel dat je in de best case de komma één decimaal naar links verplaatst, of heel simpel de schattingen van economische impact in de best case door tien deelt.

Het vergroten van de capaciteit van het Feyenoord-stadion van 51.000 in De Kuip naar 63.000 in Feyenoord City kan best eens probleem zijn, omdat het fluctuaties in of het risico van cashflow tijdens wedstrijddagen verhoogt. Bij het financieren van stadions is de zekerheid van cashflow bijna net zo belangrijk als de hoogte ervan. Daarom zijn de nieuwe generatie luxe stadions in Noord-Amerika allemaal kleiner en intiemer. De clubs ruilen onzekerheid in voor zekerheid, door stoelen met marginale opbrengst te elimineren en meer geld te vragen voor de stoelen die overblijven. Het is klassiek monopoliegedrag om rijkere fans twee keer zoveel te laten betalen voor de helft van het aantal wedstrijddagen en concessies.

Bijna alle financiële beslissingen in stadionfinanciering zijn gebaseerd op de ‘worse case’, het vrijwel zekere scenario. Ongeacht de mooiste ‘best case’ schattingen, gaat Goldman Sachs voor haar financiering altijd uit van het ‘worst case’ scenario en wordt het in alle stadiondeals meer dan de andere financiers, de club en zeker gemeente Rotterdam (in die volgorde), beschermd tegen risico’s. Goldman Sachs speelt op dit moment een korte-termijnspel met Tottenham Hotspur, Feyenoord Rotterdam en AS Roma, en kijkt naar de lucratieve lange-termijnrevolutie van bouw van luxe stadions die zich over Europa verspreidt.”

Vraag: Ik begrijp dat Goldman Sachs de afgelopen jaren betrokken is geweest bij de bouw van ongeveer 20 nieuwe stadions. Zijn al deze projecten winstgevend gebleken voor de betrokken clubs of zijn er situaties geweest waarin de inkomsten veel lager uitvielen dan verwacht?

John: “Het grote verschil tussen de modellen voor stadionfinanciering in Noord-Amerika en Europa is de grote rol van overheidssubsidies in de VS. In de NFL is de cirkel met luxe stadions na 25 jaar nu bijna rond. Bijna alle teams maximaliseerden de overheidssubsidies door te dreigen met verplaatsing van de club. In de jaren negentig bedroegen de overheidssubsidies voor NFL-clubs ongeveer 75 procent van de totale stadionkosten. Sinds 2000 is de gemiddelde subsidie voor stadions ‘gedaald’ tot 50 procent.

Het belangrijkste verschil tussen sportcompetities in de VS en Europa is het gesloten systeem in de VS en het open systeem met promotie en degradatie in Europa. Dit maakt de Amerikaanse markten gevoelig voor stadionafpersing met de dreiging van verplaatsing van clubs (de terugkerende dreiging van het opzetten van een Europese Super League is een symptoom van de monopolistische macht van gesloten competities).

Het resultaat hiervan is, dat de stadiondeals in de VS altijd het risico afdekken van Goldman Sachs, andere banken en de clubs en dat vrijwel alle financiële risico’s komen te liggen bij de lokale overheid. In de VS blinkt Goldman Sachs erin uit de mazen in de belastingwet te gebruiken ten voordele van particulier gefinancierde stadions en de lasten te verplaatsen naar de publieke sector.”

Vraag: Het feit dat een Amerikaanse bank – met een beschadigde reputatie – hierbij betrokken is, heeft veel kritiek losgemaakt. Waarom is Goldman Sachs een logische partner voor Feyenoord en Feyenoord City, en waarom heeft Goldman Sachs de afgelopen jaren zoveel energie gestoken in stadionontwikkeling in de VS en nu ook in Europa?

John: “Na de recessie van 2008 is Goldman Sachs door het tijdschrift Rolling Stone beschreven als “een grote vampierinktvis die zich rond het gezicht van de mensheid heeft gewikkeld”. Dit is een harde beschrijving, zelfs voor 2009, maarin 2018 volgt Goldman Sachs gewoon het geld dat gemoeid is met de omwenteling naar luxe stadions in Europa. Stadiondeals betekenen voor Goldman Sachs een opbrengst met hoge marge en laag risico. Goldman Sachs is aantrekkelijk voor Feyenoord, omdat ze ervaren zijn (op grotere schaal in de VS) en diepe zakken hebben.

Probleem is alleen wel dat het welzijn van Goldman Sachs afhangt van het meest zekere resultaat in de ‘worse case’, terwijl Feyenoord en gemeente Rotterdam afhankelijk zijn van een minder waarschijnlijk scenario van de ‘best case’ op of buiten het veld. Uiteindelijk is het het werk van Goldman Sachs om als tussenpersoon gebruik danwel misbruik te maken van elke beschikbare vorm van overheidssteun en maas in wet- en regelgeving om zichzelf (als eerste) en de club als klant te beschermen, en de financiële risico’s te verleggen naar de plaatselijke belastingbetalers.”